Koffie en mentale prestaties

Er is veel onderzoek gedaan naar de effecten van koffie op de hersenen en hersenfuncties. De mogelijke effecten laten voornamelijk een relatie zien met cafeïne, één van de hoofdbestanddelen van koffie. Hieronder volgen de conclusies uit onderzoeken naar zowel de stof cafeïne als koffie als geheel. 

Koffie en mentale prestaties

Cafeïne in koffie heeft een licht stimulerend effect op het centraal zenuwstelsel. Onderzoek heeft aangetoond dat cafeïne, afhankelijk van de dosis, de mentale prestaties kan verbeteren en dan met name de alertheid, aandacht en concentratie.

De European Food Safety Autority (EFSA) heeft vastgesteld dat er sprake is van een oorzaak-gevolgrelatie tussen verhoogde alertheid en concentratie en 75 mg cafeïne (de hoeveelheid in een standaard kopje koffie).

  • Cafeïne kan de waakzaamheid vergroten in situaties waarin mensen minder alert zijn of last hebben van slaapgebrek, zoals bij 's nachts autorijden (Philip, 2006, Horne, 1999), 's nachts werken (Smith, 2005), verkoudheid (Smith, 1997) en de dip vlak na de lunch (Smit, 1990).
  • Bij een studie onder proefpersonen jonger dan 40 jaar bleek dat cafeïne of koffie mogelijk prestatieverhogend werkt bij mensen die last hebben van een jetlag of slaapproblemen hebben door hun werk in ploegendiensten (Ker, 2010).
  • Uit sommige onderzoeken blijkt dat cafeïne mogelijk het geheugen verbetert, vooral bij eentonige, herhalende werkzaamheden. Bij een hoge consumptie kunnen de prestaties echter afnemen, mogelijk door overstimulatie (Schmitt, 2005).

Kilk hier voor meer informatie over dit onderwerp.

Koffie en slaap

De stimulerende werking van cafeïne kan de slaappatronen beïnvloeden. Uit onderzoek is een relatie gebleken tussen  dagelijkse cafeïneconsumptie, de slaapkwaliteit en slaperigheid overdag (Roehrs, 2008). De gevoeligheid verschilt echter per persoon en aanpassing van de cafeïneconsumptie overdag kan tot een beter slaappatroon leiden.

  • De effecten van cafeïne zijn bij regelmatige drinkers van cafeïnehoudende koffie vaak minder sterk dan bij mensen die af en toe of nooit koffie drinken. Daarnaast spelen leeftijd (Drapeau, 2006, Carrier, 2009) en genetische factoren (Birkett, 1991, Retey, 2007, Cornelis, 2007) mogelijk een rol.
  • Uit onderzoek is gebleken dat onthouding van cafeïnehoudende koffie gedurende een hele dag de slaapkwaliteit kan verbeteren (Sin, 2008).
  • Laat op de dag minder cafeïne consumeren kan tot een beter slaappatroon leiden.

Klik hier voor meer informatie over koffie en slaap.

Cafeïne en afhankelijkheid

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat cafeïne niet leidt tot afhankelijkheid. Dit is door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bevestigd. Het plotseling stoppen met de inname van cafeïne kan bij sommige mensen die regelmatig koffie drinken echter tot ontwenningsverschijnselen leiden. Deze zijn echter doorgaans mild en van korte duur.

  • Voor veel mensen kan regelmatig koffiedrinken een gewoonte worden, maar dit is niet hetzelfde als een verslaving. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is er geen bewijs dat cafeïneconsumptie lichamelijke of maatschappelijke gevolgen heeft die vergelijkbaar zijn met een verslaving.
  • Door middel van brain mapping is aangetoond dat cafeïne geen invloed heeft op hersencircuits die de afhankelijkheid regelen (Nehlig, 2000).
  • Net als eerder onderzoek naar het plotseling stoppen met cafeïneconsumptie heeft de American Psychiatric Association (APA) de ontwenning van cafeïne omschreven als een syndroom dat voortkomt uit het plotseling stoppen of verminderen van de cafeïne-inname na langdurig dagelijks gebruik.
  • De symptomen van het stoppen met cafeïne (hoofdpijn, verminderde alertheid en sufheid) zijn te vermijden door de cafeïneconsumptie geleidelijk af te bouwen (Nehlig, 2004).

Klik hier voor meer informatie over koffie en afhankelijkheid.

Koffie en neurodegeneratieve aandoeningen

Uit onderzoek is gebleken dat regelmatige koffieconsumptie mogelijk een positief effect heeft op de cognitieve functie bij ouderen - met name vrouwen. Er is ook onderzoek gedaan naar de effecten van koffie op neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer en Parkinson.

  • Een leven lang regelmatig koffiedrinken kan met name bij vrouwen leeftijdsgerelateerde cognitieve achteruitgang vertragen, en dit beschermende effect neemt toe naarmate men ouder wordt (Santos, 2010, Johnson-Kozlow, 2002, Ritchie, 2007, Arab, 2011).
  • Uit de meeste onderzoeken blijkt dat een leven lang regelmatig koffiedrinken de kans op de ziekte van Alzheimer verlaagt. Bij één meta-analyse werd koffieconsumptie in verband gebracht met 17 tot 20% minder kans op de ziekte van Alzheimer (Santos, 2010).
  • Onderzoek wijst uit dat regelmatige koffiedrinkers minder kans hebben op de ziekte van Parkinson dan niet-koffiedrinkers (Hernan, 2002, Costa, 2010). Het risico daalt naarmate de cafeïneconsumptie toeneemt (Ascherio, 2001).

Er wordt nog onderzoek gedaan naar de bestanddelen in koffie die verantwoordelijk zijn voor deze effecten op de neurologische functie. Mogelijk speelt cafeïne een rol, maar ook andere neurobeschermende, antioxiderende of ontstekingsremmende bestanddelen van koffie kunnen invloed hebben. Bij de ziekte van Parkinson duidt het onderzoek er op dat het effect mogelijk is toe te schrijven aan cafeïne (Morelli, 2009, Iida, 1999).

Klik hier voor meer informatie over koffie en neurodegeneratieve aandoeningen.


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid