Botgezondheid

Osteoporose wordt gekenmerkt door een natuurlijk proces van demineralisatie en het geleidelijk aan brozer worden van het botweefsel, leidend tot verhoogde botzwakte en een verhoogd risico op fracturen. Zoals bij veel chronische aandoeningen spelen meerdere factoren een rol. Tot de risicofactoren voor osteoporose behoren leeftijd, roken, alcohol, de mate van lichaamsbeweging en de calciuminname. Cafeïneconsumptie wordt regelmatig in verband gebracht met een verhoogde kans op botbreuken als gevolg van osteoporose. Uit de meeste onderzoeken zijn geen significante effecten gebleken van cafeïne op de botdichtheid.

Een studie naar 32 observationele onderzoeken in 2002 liet geen nadelige effecten van cafeïne op de botopbouw zien. Mogelijke nadelige gevolgen voor de botmineraaldichtheid werden met name gemeten onder bevolkingsgroepen met onvoldoende calciuminname of zeer hoge koffieconsumptie (meer dan 9 kopjes per dag). Cafeïne blijkt geen schadelijke gevolgen voor de botten te hebben bij mensen die de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid calcium innemen (Heaney, 2002). Uit een meta-analyse uit 2012 is een verhoogde kans op breuken gebleken die mogelijk samenhangt met de koffieconsumptie onder met name vrouwen. Daarentegen wijzen de resultaten uit een cohortonderzoek (2013) erop dat cafeïneconsumptie mogelijk een verband heeft met een lichte afname van de botmineraaldichtheid maar dat dit niet leidt tot een verhoogde kans op osteoporose of osteoporotische fracturen. Zoals door Liu et al zelf geconcludeerd (Liu, 2012), zijn er nog onvoldoende gegevens voor een overtuigende conclusie en dient er nader onderzoek plaats te vinden.


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid