Mentale en fysieke prestaties

Cafeïne en alertheid

Er is veel literatuur over het vermogen van cafeïne om de alertheid en langdurige aandacht te verhogen. De belangrijkste werking van cafeïne, een licht stimulerend effect op het centraal zenuwstelsel, hangt samen met de werking als antagonist op adenosinereceptoren. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft vastgesteld dat er sprake is van een oorzaak- en gevolgrelatie tussen de inname van 75 mg cafeïne en zowel verhoogde alertheid als aandacht (EFSA, 2011a).

Cafeïne en sportprestaties

Cafeïne is ook bekend om zijn ergogene effect en kan zo de fysieke prestaties tijdens duursporten verbeteren. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft vastgesteld dat er sprake is van een oorzaak- en gevolgrelatie tussen cafeïne-inname en verhoogde duurprestaties en duurcapaciteit (in beide gevallen bij 3 mg/kg lichaamsgewicht één uur voorafgaand aan de beweging) en verminderde waargenomen inspanning (bij 4 mg/kg lichaamsgewicht één uur voorafgaand aan de beweging) (EFSA, 2011b). Over de effecten van cafeïne op kortdurende intensieve lichaamsbeweging zijn de resultaten nog niet eenduidig.

Lees voor meer informatie over het effect van koffieconsumptie op fysieke prestaties het hoofdstuk 'Sportprestaties'.

Langetermijneffecten van cafeïne op de hersenfunctie

Cafeïne werkt op het hersenniveau door de adenosine-A1-receptor en adenosine-A2A-receptor te blokkeren. Wanneer cafeïne in de vorm van koffie wordt opgenomen hebben sommige andere bestanddelen van koffie, zoals polyfenolen, zelf ook effect op diverse routes in de hersenen. Mogelijk spelen ze een aanvullende beschermende rol.

Cafeïne en gewenning

Er is veel discussie geweest over het al dan niet verslavend zijn van cafeïne en of stopzetting van de consumptie leidt tot ontwenningsverschijnselen. Cafeïne past in de definitie van gewenning, die kort gezegd neerkomt op 'iets volgens een regelmatig patroon consumeren'. Gewenning en verslaving zijn twee zeer verschillende zaken. Daarnaast dient een stof volgens de American Psychiatric Association (APA) aan vier van de zeven criteria te voldoen om als verslavend middel te worden beschouwd. Aangezien cafeïne een veelvoorkomend voedingsmiddel is, niet duur is en overal verkrijgbaar is, zijn verschillende criteria niet relevant en is er slechts een beperkt aantal op cafeïne van toepassing.

In 2013 voegde de APA ontwenningsverschijnselen van cafeïne toe aan de lijst met erkende aandoeningen in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM V) (APA, 2013). Hierbij dient te worden opgemerkt dat slechts een deel van de groep koffie-/cafeïneconsumenten ontwenningsverschijnselen ervaart (hoofdpijn, verminderde alertheid en slaperigheid). Deze verschijnselen beginnen doorgaans zo'n 12-24 uur nadat de cafeïneconsumptie plotseling wordt gestaakt en bereiken na 20-48 uur hun hoogtepunt. De verschijnselen treden niet op indien mensen de consumptie geleidelijk gedurende een aantal dagen afbouwen. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat cafeïne, in tegenstelling tot harddrugs, niet de hersencircuits activeren die verband houden met verslaving en beloning. Er kan daarom worden geconcludeerd dat cafeïne geen verslavend middel is (Nehlig, 1999).


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid