Meer informatie

Uit onderzoek blijkt dat factoren zoals een lage inname van calcium en vitamine D, beperkte blootstelling aan zonlicht, een lage BMI, lage mobiliteit, een verstoord evenwicht en weinig lichaamsbeweging bijdragen aan verminderde botdichtheid en een verhoogde kans op botbreuken (Factsheet IOF).

Osteoporose kenmerkt zich door een lage botmassa en een verslechterde microarchitectuur van botweefsel, wat leidt tot botbroosheid en daardoor tot een verhoogde kans op botbreuken.

Uit meta-analyses waarbij is gekeken naar het verband tussen koffie-inname en het risico op breuken komen variabele resultaten naar voren. Twee analyses wijzen op een potentieel verband bij - met name oudere - vrouwen. Uit twee andere analyses blijkt echter geen verband tussen koffieconsumptie en het risico op heupfracturen.

De variabiliteit in de onderzoeken kan voortkomen uit verstorende factoren als genetische verschillen, de gemelde hoeveelheid koffie die is geconsumeerd en toevoegingen aan koffie, zoals melk.

Omvang van het probleem

Volgens Europese statistieken lijdt circa 6% van de mannen en 21% van de vrouwen tussen 50–84 jaar aan osteoporose, ofwel 27,6 miljoen mannen en vrouwen (IOF, 2008).

Er komen in de EU jaarlijks zo'n 3,5 miljoen nieuwe breuken bij als gevolg van broosheid. Alleen al in 2010 vormde dit type breuken een kostenpost van € 37 miljard. 66% van deze kosten ging naar de behandeling van breuken, 5% naar de farmacologische preventie en 29% naar langdurige nazorg (Hernlund, 2013).

Het aantal sterfgevallen als gevolg van breuken werd in 2010 geschat op 43.000 (Hernlund, 2013).

Tussen en binnen landen bestaan grote verschillen in de incidentie van osteoporotische fracturen. Deze hangen deels samen met de mate van welvaart. Het aantal osteoporotische breuken neemt in veel landen toe, mede als gevolg van de vergrijzing (IOF, 2008).

 


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid