In een notendop

De meeste onderzoeken wijzen op een gunstig effect van koffie bij galblaasaandoeningen. Er zijn aanwijzingen dat koffie dit effect heeft dankzij de aanwezige cafeïne, die aanzet tot galblaascontractie. Voor de exacte effecten van koffie op de galblaasfunctie is echter nader onderzoek vereist.

Een 3x3 interventiestudie - met mensen zonder galstenen, of met non-symptomatische galstenen of symptomatische galstenen versus geen koffiedrinken, cafeïnevrije koffie of gewone koffie - die de cholecystokinine* niveaus, de galblaascontractie en algemene symptomen zou onderzoeken, zou de rol van koffie en cafeïne bij galblaasaandoeningen mogelijk verder kunnen verklaren.

  • Twee omvangrijke prospectieve cohortonderzoeken waarbij is gekeken naar de relatie tussen koffieconsumptie en het ontstaan van galblaasaandoeningen, maken consistent melding van statistisch significante inverse verbanden tussen koffieconsumptie en het risico op symptomatische galstenen. Koffieconsumptie heeft dus mogelijk een gunstig effect. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat er sinds 2002 weinig relevante epidemiologische onderzoeken gepubliceerd zijn over de rol van koffie bij galblaasaandoeningen.
  • Bij andere onderzoeken wordt geen direct verband waargenomen tussen koffieconsumptie en galblaasaandoeningen; deze leveren echter wel relevante inzichten op.
  • Zo wijst een cross-sectioneel onderzoek er op dat koffie mogelijk verschillende effecten heeft, afhankelijk van de status van de galblaasaandoening.
  • Er is enig bewijs dat cafeïne aanzet tot samenstrekking van de galblaas; voor nader onderzoek naar de mechanismen achter het omgekeerde verband tussen koffieconsumptie en het ontstaan van galblaasaandoeningen zijn echter meer grootschalige studies vereist.

*Cholecystokinine is een maag- en darmhormoon dat in de twaalfvingerige darm wordt aangemaakt na de inname van vetten en andere voedingsstoffen. Het stimuleert de afgifte van gal vanuit de galblaas en spijsverteringsenzymen vanuit de alvleesklier, waardoor de spijsvertering mogelijk wordt.


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid