Beroerte

In de afgelopen jaren zijn vier studies naar koffieconsumptie en het risico op beroerten verricht.

De grootste hiervan is een prospectief cohortonderzoek (Lopez-Garcia, 2009) in het kader van de US Nurses’ Health Study. Hierbij werden 83.076 vrouwelijke deelnemers gedurende 24 jaar gevolgd, waaronder 2.280 beroertegevallen. Er bleek een statistisch significant omgekeerd verband tussen koffieconsumptie en beroerten. Dit verband was nog duidelijker in de subgroep van voormalige rokers en niet-rokers. De onderzoekers concludeerden dat koffieconsumptie het risico op beroerten bij vrouwen licht kan verkleinen.

De drie andere onderzoeken, één prospectief cohortonderzoek uit Nederland (de Koning Gans, 2010) en Japan (Sugiyama, 2010) en een case-cohortonderzoek uit Nederland (Leurs, 2010), omvatten steeds zowel mannelijke als vrouwelijke deelnemers. Deze studies hadden een lager aantal deelnemers, een kortere follow-up periode en minder ziektegevallen. Bij geen van deze onderzoeken is enig verband aangetroffen tussen koffieconsumptie en beroerten.

Bij een onderzoek naar trombo-embolie bij vrouwen werden 37.393 deelnemers gedurende 19 jaar gevolgd, waaronder 1.950 ziektegevallen. Hierbij werd geen statistisch significant verband met koffie waargenomen (Lutsey, 2009).

Cafeïneconsumptie vanuit koffie en atriumfibrilleren

Atriumfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis en betreft de twee bovenste holten (atria) van het hart. Mensen met atriumfibrilleren hebben doorgaans een significant verhoogd risico op beroerten.

Eén prospectief cohortonderzoek (2010) keek naar het effect van cafeïneconsumptie op atriumfibrilleren bij vrouwen (Conen, 2010). De deelnemerspopulatie, 33.638 vrouwen uit de Women’s Health Study, hadden een gemiddelde follow-up van 14,4 jaar, waarin 945 maal atriumfibrilleren optrad. Bij dit onderzoek werd geen verband aangetoond tussen cafeïneconsumptie en een verhoogd risico op atriumfibrilleren. Bij deze populatie was gemiddeld 81% van de cafeïne afkomstig uit koffie.

Bij een eerder prospectief onderzoek (Frost en Vestergaard, 2005) is gekeken naar het verband tussen de dagelijkse cafeïneconsumptie vanuit koffie, thee, cola en chocola en een verhoogd risico op atriumfibrilleren onder 47.949 deelnemers in Denemarken. Gedurende de zes jaar follow-up kregen 373 mannen en 182 vrouwen last van atriumfibrilleren of hartkloppingen. De auteurs constateerden geen verband tussen cafeïneconsumptie en het risico op atriumfibrilleren. Bij dit onderzoek was koffie de voornaamste cafeïnebron.


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid