Cholesterol

De diterpenen cafestol en, in mindere mate kahweol, twee vetoplosbare stoffen die van nature in koffie-olie aanwezig zijn, verhogen het totale cholesterolgehalte en het LDL-cholesterolgehalte in het serum (Urgert & Katan, 1996). Of deze diterpenen in het kopje koffie komen en in welke mate is afhankelijk van de zetmethode. Bij ongefilterde koffie, zoals bijvoorbeeld Griekse en Turkse koffie, komen deze bestanddelen in het zetsel terecht, terwijl ze bij filterkoffie nagenoeg volledig in het papieren filter achterblijven. Oploskoffie bevat nauwelijks diterpenen. Espresso bevat ongeveer de helft van de hoeveelheid diterpenen van ongefilterde koffie, echter, omdat het wordt gedronken in kleine hoeveelheden is het effect bij een gematigde consumptie van espresso verwaarloosbaar. De effecten op het cholesterolgehalte zijn van voorbijgaand aard en nemen af als men stopt met koffiedrinken.

Het meeste onderzoek op het cholesterolverhogende effect van cafestol stamt uit de jaren 1990. Een meta-analyse uit 2001 van gerandomiseerde klinische onderzoeken heeft aangetoond dat bij studies met filterkoffie nauwelijks tot geen effect op het serumcholesterolgehalte is waargenomen (Jee, 2001).

Bij een cross-sectioneel onderzoek uit Noorwegen werd het totale cholesterolgehalte in Sami en Noorse populaties geëvalueerd (Nystad, 2010). Informatie over koffieconsumptie werd verzameld door vragenlijsten aan de deelnemers voor te leggen. Er waren 5.647 mannelijke en 6.347 vrouwelijke deelnemers. Statistisch significante verbanden werden waargenomen voor de totale koffieconsumptie bij zowel mannen als vrouwen en voor ongefilterde koffie alleen bij mannen. Het gebrek aan een verband tussen ongefilterde koffie in andere subgroepen is mogelijk te wijten aan de grote mate van toeval vanwege het relatief kleine aantal deelnemers.


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid