Patiëntonderzoeken

De epidemiologische onderzoeken naar de consumptie van koffie/ cafeïne en diverse effecten op het hart zijn uitgevoerd onder gezonde proefpersonen. Recentelijk vindt steeds vaker onderzoek plaats onder patiënten die aan een bepaalde ziekte lijden. Er kunnen mogelijk verschillen bestaan tussen de effecten bij gezonde en zieke proefpersonen:

  • Bij het prospectief cohortonderzoek ‘Health Professionals Follow-up Study’ onder 3.497 mannen met diabetes bleek geen samenhang te bestaan tussen regelmatige koffieconsumptie en een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen of mortaliteit (Zhang, 2009).

  • Bij een Zweeds cohortonderzoek is gekeken naar koffieconsumptie en mortaliteit na een eerste acuut myocardinfarct (1.369 deelnemers en 289 vervolggevallen). Er bleek een omgekeerd verband tussen de koffieconsumptie op het moment van ziekenhuisopname na het eerste hartinfarct en de navolgende mortaliteit (Mukanal, 2009).

  • Bij een kleinschalig Italiaans prospectief cohortonderzoek werden 553 patiënten met fase-1 hypertensie gedurende acht jaar gevolgd, waarvan er 323 hypertensie ontwikkelden. Patiënten met genetische verschillen, met name in het P450-1A2 genotype, vertoonden een verschillend risico op hypertensie na koffieconsumptie. Patiënten met een trage metabole capaciteit (dragers van het trage *1F-allel) vertoonden een verhoogd risico; bij patiënten met een snelle metabole capaciteit was dit niet het geval (Palatini, 2009).

  • Deze observaties verdienen nader onderzoek, ook onder gezonde proefpersonen. Ze verklaren mogelijk deels de variatie in de bovengenoemde resultaten in de epidemiologische onderzoeken.

Naast deze drie kleinschalige prospectieve cohortonderzoeken onder patiënten zijn er tevens twee kleine proeven en één kleinschalig cross-sectioneel onderzoek onder patiënten uitgevoerd:

  • Bij een kleinschalig Grieks cross-sectioneel onderzoek werd binnen een groep van 374 patiënten met acuut coronair syndroom de subgroepen vergeleken die wel of geen last kregen van verstoorde systolische functie in de linker ventrikel. De onderzoekers stelden vast dat bij patiënten met een normale bloeddruk de koffieconsumptie op alle niveaus samenhang vertoonde met een aanzienlijk lager risico op verstoorde systolische functie in de linker ventrikel, terwijl bij patiënten met een verhoogde bloeddruk het risico toenam in de groep die 3 of meer kopjes koffie per dag dronk (Kastorini, 2009). Het is echter onduidelijk of het verband bij hypertensiepatiënten voldoende statistisch significant was.

  • Een gerandomiseerde studie in het Verenigd Koninkrijk deed onderzoek naar de verschillen in hartslag bij patiënten met een hartinfarct nadat ze gedurende vijf dagen ofwel cafeïnehoudende of cafeïnevrije koffie hadden gedronken. Er bleek geen verband tussen koffieconsumptie en een nadelig korte termijn effect op hart en bloedvaten (Richardson, 2009).

  • Bij een kleinschalige Zwitserse proef (15 patiënten met coronaire hartziekte en 15 controlepersonen van dezelfde leeftijd) werd de myocardiale doorbloeding onderzocht gedurende lichamelijke inspanning vóór en na inname van 200 mg cafeïne. De onderzoekers namen een verminderde myocardiale doorbloeding waar bij de groep met cafeïne bij inspanning, waarbij de grootste daling zichtbaar was bij de patiëntengroep. Bij geen van beide groepen werd een verandering waargenomen in de situatie met cafeïne-inname bij rust (Namdar, 2009).

De resultaten van patiëntonderzoeken dienen met zorg te worden geïnterpreteerd. Gezien de moeilijkheid van het werven van zieke deelnemers omvatten deze onderzoeken doorgaans relatief kleine deelnemersaantallen. Ook de (voortdurende) behandeling van de patiënt kan het onderzoek of de proef in de weg staan. Om die reden kunnen de resultaten onder patiënten en gezonde mensen verschillen. De waarde van patiëntonderzoeken ligt primair in de ontwikkeling van behandelmethoden.


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid