Borstkanker

In het algemeen is er geen verband aangetoond tussen koffieconsumptie en een verhoogd risico op borstkanker. Bij vrouwen vóór de overgang lijkt het drinken van cafeïnehoudende koffie verband te houden met een verlaagd risico op de ziekte.

  • De conclusie van een meta-analyse uit 2011 luidde dat koffiedrinken omgekeerd in verband werd gebracht met het risico op borstkanker (relatief risico 0,94) (Yu, 2011).
  • De resultaten van een Frans prospectief onderzoek waarbij 67.703 vrouwen gedurende 11 jaar werden gevolgd, toonden geen verband aan tussen koffie of cafeïne-inname en het risico op borstkanker (Fagherazzi, 2011).
  • Het rapport over borstkanker van het World Cancer Research Fund uit 2010 noemt koffie niet als een risicofactor.

Vrouwen na de overgang

Uit diverse onderzoeken is geen verband gebleken tussen koffieconsumptie en de incidentie van borstkanker bij vrouwen na de overgang.

  • De belangrijkste onderzoeken waren grootschalige steekproeven onder Franse, Italiaanse en Zweedse mensen die gedurende 6 tot 10 jaar werden gevolgd (Arab, 2010Nkondjock, 2009, WCRF, 2007).
  • Uit een meta-analyse uit 2009 van 9 cohortonderzoeken en 9 case-control onderzoeken dat verhoging van de koffieconsumptie met 2 kopjes per dag in veel gevallen het risico op borstkanker verlaagde (Tang, 2009). De resultaten toonden dit -maar net significante- verband aan in de Verenigde Staten en Europa maar niet in Azië. Dit verschil komt mogelijk voort uit de beperkte omvang van de steekproef bij de Aziatische onderzoeken. Bovendien leek er geen verband te bestaan tussen koffieconsumptie en een veranderd risico op goedaardige borsttumoren en de daaropvolgende ontwikkeling van borstkanker.
  • Daarnaast werd bij een grootschalig Nederlands onderzoek geen verband aangetoond tussen koffie en het risico op borstkanker op alle consumptieniveaus en was er noch sprake van een verband met de leefstijl, noch met de BMI (body mass index) (Bhoo Pathy, 2010).
  • Een Zweeds onderzoek onder 5.929 vrouwen (2.818 patiënten en 3.111 controlepersonen) liet een significant lager risico zien op niet-hormoon gevoelige borstkanker bij grote koffiedrinkers (meer dan 5 kopjes per dag) ten opzichte van vrouwen die minder dan 1 kopje per dag dronken (Li, 2011).
  • Eer zijn nog twee andere meta-analyses uit 2013 over dit onderwerp. Eén suggereerde dat de inname van koffie of cafeïne mogelijk verband houdt met het risico op borstkanker bij vrouwen na de overgang (966.263 deelnemers waarvan 59.018 mensen borstkanker kregen) (Jiang, 2013). De andere (49.497 gevallen van borstkanker) concludeerde dat een hogere koffieconsumptie niet geassocieerd werd met een significant hoger risico op borstkanker maar wees ook op een omgekeerd verband bij oestrogeen-receptor negatieve borstkanker (Li, 2013).

Vrouwen vóór de overgang

Bij vrouwen vóór de overgang wordt de consumptie van cafeïnehoudende koffie (4 kopjes per dag) in verband gebracht met 38% minder risico op borstkanker (relatief risico 0,62) (Nkondjock, 2009).

  • Bij vrouwen vóór de overgang die drager zijn van een BRCA1- en BRCA2-genmutatie neemt de kans op borstkanker bij een dagelijkse consumptie van 4-6 kopjes koffie met 25-70% af in vergelijking met niet-koffiedrinkers. Dit was de uitkomst van een studie uit 2006 (Nkondjock, 2006). Dit gunstige effect beperkt zich tot cafeïnehoudende koffie en wordt niet waargenomen bij cafeïnevrije koffie. Daarentegen wees een studie uit 2013 op een sterk en significant verband tussen koffie en het risico op borstkanker voor dragers van een BRCA1 genmutatie (Jiang, 2013).
  • Het risico op borstkanker wordt ook gemoduleerd door het CYP1A2-gen, en er is onderzoek gedaan naar de interactie tussen koffieconsumptie en de polymorfismen A en C van dit gen. Vrouwen die minimaal drager zijn van één C-allel (AC of CC) en koffie consumeren, lopen 64% minder risico dan niet-koffiedrinkers. Koffie heeft geen effect op vrouwen van het genotype AA (Kotsopoulos, 2007).

Er is absoluut meer onderzoek nodig om de details op dit gebied te verduidelijken. Het meenemen van individuele genetische verschillen bij het beoordelen van de relatie tussen voeding en ziekten is daarbij ook belangrijk. 


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid