Koffie en leverfunctie

Koffie en risico op leverkanker

Op basis van drie meta-analyses van zowel prospectieve cohortonderzoeken als case-control onderzoeken (Bravi, 2007, Larsson 2007, Bravi, 2013) naar leverkanker werd geconcludeerd dat elk van de tien bestudeerde epidemiologische onderzoeken een omgekeerd verband aantoonde tussen koffieconsumptie en leverkanker. De bevindingen wijzen erop dat koffieconsumptie het risico op leverkanker mogelijk verlaagt.

Dit omgekeerde verband tussen koffieconsumptie en leverkanker werd aangetroffen bij proefpersonen zowel met als zonder eerdere leveraandoeningen. In de meta analyse werden 2 extra kopjes koffie per dag in verband gebracht met 43% minder risico op leverkanker onder bevolkingsgroepen die doorgaans tussen 1 en ruim 5 kopjes per dag drinken.

Opvallende elementen in de resultaten van de tien epidemiologische onderzoeken (Smart en Mann, Klatsky & Armstrong & Friedman, 1993) waren hun consistentie en de zeer grote afname in het waargenomen risico op aandoeningen.

De resultaten van de vier cohortonderzoeken die in de meta-analyses waren opgenomen, duiden op een dosis-responsrelatie tussen de frequentie van koffieconsumptie en het verlaagde risico op leverkanker. Voor de case-control onderzoeken geldt dit in mindere mate. Een kanttekening die hierbij geplaatst kan worden is dat de meeste onderzoeken afkomstig waren uit één land (Japan).

In 2011 is een case-control studie uitgevoerd in China onder dragers van chronische hepatitis C. Gematigde koffieconsumptie liet bij bijna de helft een significante dosis-respons verlaging zien van 59% van het risico op hepatocellulair carcinoom (Leung, 2011).

Een case-control studie met een groep patiënten met hepatocellulair carcinoom (HCC) suggereerde dat een levenslange consumptie van koffie van meer dan 20.000 kopjes (of een gemiddelde van 3 per dag) negatief werd geassocieerd met de ontwikkeling van deze vorm van kanker. Deze associatie had geen effect op het risico op HCC bij hepatitis B patiënten (Jang, 2013).

Onderzoek onder een groep Finse mannelijke rokers liet zien dat koffieconsumptie een omgekeerd verband had met het ontstaan van leverkanker en sterfte aan een chronische leverziekte, ongeacht of het filterkoffie was of kookkoffie (Lai, 2013).

Uit gegevens van de Amerikaanse Multi Etnische Cohort bleek dat koffieconsumptie omgekeerd evenredig is met de incidentie van leverkanker, een lager risico van 38% bij degenen die 2-3 koppen koffie per dag dronken en 41% bij degenen die meer dan 4 koppen dronk (Setiawan, 2014).

Koffie en risico op andere leveraandoeningen

Koffiedrinken wordt ook in verband gebracht met een verlaagd risico op andere leveraandoeningen. In een wetenschappelijk artikel uit 2014 (Larsson, 2007) suggereerde gunstige effecten bij patiënten met een chronische leveraandoening, cirrose, leverkanker en niet-alcoholische vette leverziekte.

  • Een artikel uit 2009 concludeerde dat patiënten met een hogere koffieconsumptie een milder ziekteverloop vertoonden bij fibrose, met name bij alcholische leverontsteking.
  • Bij een kleinschalig cross-sectioneel onderzoek in Noord-Amerika zijn 177 patiënten gerekruteerd waarbij binnen een half jaar een leverbiopsie zou plaatsvinden (Modi, 2010). Bij dit onderzoek werd cafeïneconsumptie in verband gebracht met minder ernstige leverfibrose.
  • In een Amerikaanse studie National Health and Nutrition Examination Surveys (NHANES 1999-2010) werd bij een hogere koffieconsumptie (waaronder ook koffie zonder cafeïne) gunstig lagere niveaus gevonden van leverenzymen (Xiao, 2014).

Chronische leveraandoeningen

  • Bij een Italiaans cross-sectioneel onderzoek zijn 749 patiënten met een chronische leveraandoening gerekruteerd en werd gekeken naar een mogelijk verband tussen alcohol en koffieconsumptie en het ontstaan van cirrose (Stroffolini, 2010). De resultaten wijzen op een gunstig effect van koffie, maar vanwege de lage aantallen in sommige subgroepen kunnen hieraan geen conclusies worden verbonden.

  • Bij een Schotse studie werd koffiedrinken geassocieerd met een lagere prevalentie van cirrose bij patiënten met een chronische leveraandoening (Walton, 2013).

  • Resultaten van de Ameriaanse Multi Ethnic Cohort studie associeerden koffiedrinken met een verlaagd risico op een chronische leveraandoening. Vergeleken met niet-koffiedrinkers werd het consumeren van 2-3 kopjes koffie per dag geassocieerd met een lager risico van 46% op overlijden door chronische leverziekte en bij meer dan 4 kopjes per dag met een lager risico van 71% (Leung, 2011).

Niet-alcoholische leververvetting

  • Bij een ander Italiaans onderzoek zijn 137 patiënten met niet-alcoholische leververvetting vergeleken met een groep van 108 andere patiënten (Catalano, 2010). De resultaten wijzen op een mogelijk positief verband met koffieconsumptie. Vanwege de opzet van dit onderzoek (patiënten met een bepaalde ziekte versus patiënten met andere ziekten) dienen ook deze bevindingen met zorg te worden geïnterpreteerd.

  • In een Noord-Amerikaanse studie zijn de effecten van voedingsgewoonten van patiënten met niet-alcoholische leververvetting (non alcoholic fatty liver disease = NAFLD) bestudeerd, als onderdeel van de National Health and Nutrition Examination Surveys (NHANES 2001 - 2008). Er werd een onafhankelijke associatie tussen cafeïne-inname en een lager risico op NAFLD gevonden, wat kan wijzen op een beschermend effect (Birerdinc, 2012).

  • In een studie uit 2011 werd koffie-/cafeïneconsumptie onderzocht in relatie tot de prevalentie en de ernst van de niet-alcoholische leververvetting. Koffie-/cafeïneconsumptie werd geassocieerd met een significante vermindering van het risico van fibrose bij patiënten met non-alcoholische levervetting (Molloy, 2012).

  • In een Mexicaanse case-control studie werd gekeken naar de antioxidatieve werking van koffie door het metenvan antioxidant-enzymen en markers van vetzuuroxidatie bij patiënten met niet-alcoholische leververvetting. Een hoge inname van koffie leek een beschermend effect tegen leverziekte hebben, maar er was geen significant verschil in de geanalyseerde antioxidant variabelen (Gutierrez-Grobe, 2012).

  • Bij een studie onder 728 volwassenen als onderdeel van de Non-Alcholic Steatohepatitis Clinical Research Network (NASH-CRN) werd koffie omgekeerd geassocieerd met gevorderde firbrose bij patiënten met niet-alcholholische leververvetting (Bambha, 2014).

Hepatitis C

  • Bij een prospectief cohortonderzoek in de Verenigde Staten werden 766 hepatitis C-besmette patiënten bijna vier jaar lang gevolgd (Freedman, 2009). In totaal 230 patiënten vertoonden een ernstig ziekteverloop, zoals cirrose of een stijging van twee punten in de Ishak fibrosescore (een histologisch scoringsysteem voor fibrose met een schaalverdeling van 0 tot 6). Theeconsumptie bleek niet van invloed op de studie-uitkomst. Er werd echter een statistisch significant aangetroffen tussen regelmatige koffieconsumptie en een vertraagd ziekteverloop.

  • In een Franse studie is de impact van cafeïneconsumptie bestudeerd op de activiteit van de ontsteking in de lever, variërend tussen A0 (geen activiteit) tot A3 (hoogste activiteit), en de fase van fibrosevorming, variërend van F0 (geen fibrose) tot F4 (cirrose) bij patiënten met chronische hepatitis C. Cafeïneconsumptie van 3 koppen koffie of meer (≥ 408 mg/dag) ging gepaard met een verminderde fibrosevorming bij deze patiënten (Costentin, 2011).

  • Een onderzoek onder hepatitis-C patiënten concludeerde dat, bij diegenen met chronische leverontsteking, een dagelijkse consumptie van filterkoffie een gunstig effect kan hebben op stabilisatie van het leverenzym alanine aminotransferase (ALT) (Sasaki, 2014).

  •  Een Chinees-Singaporees onderzoek onder een cohort van 63.275 volwassenen suggereerde dat er een sterk omgekeerd dosisafhankelijk verband is tussen koffieconsumptie en het risico op non-virale hepatitis-gerelateerde cirrose. Vergeleken met niet koffiedrinkers hadden degenen die meer dan 2 kopjes koffie per dag dronken 66% minder risico op overlijden. Er werd echter geen verband gevonden tussen koffieconsumptie en hepatitis B gerelateerde levercirrose (Goh, 2014).

Patiëntonderzoeken kennen een aantal beperkingen en de bevindingen dienen daarom met zorg te worden geïnterpreteerd. Indien patiënten als gevolg van hun ziekte of de standaard behandeling daarvan hun gewoonten of eetpatroon aanpassen, kan dit tot vertekening van de observaties leiden. Het is daarom belangrijk om te beoordelen of er afdoende rekening is gehouden met dergelijke verstorende variabelen. Met name case-control onderzoeken zijn vatbaar voor vertekening, vooral wanneer er andere patiënten als controlegroepen worden gebruikt. Prospectieve cohortonderzoeken zijn minder vatbaar voor dit type vertekening.


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid