Potentiële mechanismen

Vanuit de epidemiologie zijn er sterke aanwijzingen voor een omgekeerd verband tussen koffieconsumptie en leverkanker. Ditzelfde geldt waarschijnlijk voor leverfibrose en cirrose als gevolg van alcohol. Er is duidelijk behoefte aan kennis omtrent een plausibel biologisch mechanisme om de verbanden te kunnen verklaren en te bevestigen.

De rol van cafeïne

In twee overzichtsartikelen (Gressner, 2009a, Gressner, 2009b) en een publicatie uit 2009 (Gressner, 2009c) is verondersteld dat cafeïne, en met name zijn belangrijkste primaire metaboliet paraxanthine,- via een reeks regulerende cycli de synthese van CTGF (connective tissue growth factor of welbindweefselgroeifactor) kan onderdrukken en zo de groei van dit type weefsel kan vertragen. Dit vertraagt op zijn beurt het verloop van leverfibrose, cirrose als gevolg van alcohol, en leverkanker. Bij een aantal epidemiologische onderzoeken is echter geen verband aangetroffen met thee, wat suggereert dat het mechanisme mogelijk niet uitsluitend afhankelijk is van cafeïne (via paraxanthine).

Andere koffiebestanddelen

Een studie uit 2010 (Muriel, 2010) noemt ook de mogelijke rol van de koffiebestanddelen kahweol en cafestol bij de verlaging van het risico op leverkanker. Er zijn aanwijzingen dat deze bestanddelen over anticarcinogene eigenschappen beschikken.

In een ander onderzoek wordt  de rol van chlorogeenzuren en cafeïnezuur in koffie besproken, waarvan zowel in vitro als in vivo is aangetoond dat ze (DNA)replicatie van het hepatitis B-virus voorkomen (Wang, 2009).


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid