Spijsvertering

In een notendop

Uit onderzoek tot op heden blijkt geen verband tussen koffieconsumptie en de kans op dyspepsie (maagklachten), gastro-oesofageale refluxziekte (het terugstromen van maaginhoud in de slokdarm), maagzweren, gastritis (maagslijmvliesontsteking) of maagkanker. De symptomen bij mensen die hier last van hebben nemen niet toe door koffie.

Maag

Het begrip dyspepsie verwijst naar een groep symptomen waaronder bijvoorbeeld een verstoorde spijsvertering en pijn en ongemak in het bovenste deel van het spijsverteringskanaal. Uit het onderzoek tot op heden blijkt geen verband tussen koffieconsumptie en dyspepsie.

Galblaas

In de galblaas wordt gal opgeslagen, een vloeistof die aan de dunne darm wordt afgegeven om vetten te emulgeren en te helpen bij de vertering ervan.

Lever

Bij onderzoeken naar de relatie tussen koffieconsumptie en de kans op leverkanker is een omgekeerd verband aangetroffen.

Alvleesklier

De alvleesklier heeft verschillende functies in het spijsverteringsproces en het endocriene systeem (hormoonstelsel). Het sap dat door de alvleesklier wordt aangemaakt bevat enzymen die bijdragen aan de afbraak van vetten, koolhydraten en eiwitten in het maagdarmkanaal.

Dikke darm

Peristaltiek is het samentrekken van spieren in de darmen waardoor het voedsel in de darmen verder wordt voortbewogen. Bij sommige personen wordt de peristaltiek gestimuleerd door koffie.

Dunne darm

De twaalfvingerige darm is het eerste gedeelte van de dunne darm na de maag en staat regelmatig bloot aan maagzuur wanneer de maaginhoud overgaat naar de twaalfvingerige darm voor verdere vertering.

Meer informatie

Het maagdarmkanaal stelt het lichaam in staat voedingsstoffen uit voedsel en dranken te verteren en op te nemen, en bestaat uit de mondholte, de maag, de dunne darm en de dikke darm. De vertering begint in de mondholte met de inname van voedsel en dranken en eindigt in de dikke darm. Bij het spijsverteringsproces spelen ook andere organen een rol, zoals de alvleesklier, de galblaas en de lever.