Algemene bevolking

Cafeïnehoudende dranken en urine-uitscheiding

Een onderzoek (Neuhauser-Berhold, 1997), waarin het effect van koffieconsumptie op de urine-uitscheiding werd onderzocht, was het totale urinevolume significant hoger bij de proefpersonen die koffie dronken, in vergelijking met degenen die dezelfde hoeveelheid water dronken. Over een periode van 24 uur werd 41% meer urine-uitscheiding waargenomen nadat vrijwilligers 6 koppen koffie (642 mg cafeïne) hadden gedronken. De proefpersonen hadden echter gedurende vijf dagen vóór het experiment geen cafeïnehoudende voeding en dranken genuttigd en waren daardoor ‘cafeïnenaïef’. Onder deze omstandigheden kan een sterker effect van cafeïnehoudende dranken, zoals koffie, worden verwacht.

In een ander onderzoek (Grandjean, 2000) werd het effect van verschillende cafeïnehoudende dranken op de vochtinname onderzocht. Er werden geen significante verschillen waargenomen in de uitkomsten van de verschillende indicatoren, zoals het volume van de 24-uurs urine en gewichtsverandering. Hieruit bleek dat de hydratatiestatus niet was veranderd. Betrof een groot onderzoek waarbij talloze indatoren werden meegenomen.

In een literatuurstudie (Maughan, 2003) is vastgesteld dat de acute inname van hoge doses cafeïne (ten minste 250-300 mg, gelijk aan de hoeveelheid in 2-3 kopjes koffie of 5-8 kopjes thee) op de korte termijn leidt tot een verhoogde urine-uitscheiding bij personen die gedurende een aantal dagen of weken geen cafeïne hadden genuttigd. Vanwege het ontwikkelen van tolerantie voor deze lichte diuretische effecten van cafeïne worden de effecten verminderd bij regelmatige thee- of koffiedrinkers. Bij een cafeïnehoeveelheid gelijk aan die in een doorsnee kopje koffie, thee of koolzuurhoudende frisdrank lijkt het diuretisch effect te ontbreken.

In een gerandomiseerde, dubbelblinde studie (Armstrong, 2005) onder 59 proefpersonen is gekeken naar de invloed van cafeïne op een mogelijke verstoring van de vochtbalans. Tijdens de inloopfase, dag 1-6, namen de proefpersonen 3 mg cafeïne per kilo lichaamsgewicht in. Op dag 7-11, de behandelfase, namen de proefpersonen ofwel 0 mg, 3 mg of 6 mg cafeïne per kilo lichaamsgewicht in. Bij geen enkele dosering werden aanwijzingen voor een vochtafdrijvend effect gevonden.

In een dubbelblinde gerandomiseerde cross-over studie, gepubliceerd in 2013 (Silva, 2013), is het effect onderzocht van een matige dosis cafeïne (5 mg per kg lichaamsgewicht per dag) op totale hoeveelheid lichaamsvocht, extracellulair water en intracellulair water in 30 niet-rokende mannen tussen de 20 en 39 jaar. De auteurs concludeerden dat een matige hoeveelheid cafeïne, die overeenkomt met 5 koppen koffie, geen effect heeft op de totale hoeveelheid lichaamsvocht en vloeistofverdeling bij gezonde mannen, ongeacht de lichaamssamenstelling, fysieke activiteit, of dagelijkse hoeveelheid water die gedronken werd.

In een studie uit 2014 zijn de effecten van koffieconsumptie op de vochtbalans direct vergeleken met de consumptie van dezelfde hoeveelheden water in een groep van 50 mannelijke deelnemers. In het onderzoek werd gebruik gemaakt van een grote verscheidenheid aan indicatoren van de vochtbalans, waaronder lichaamsgewicht en de totale hoeveelheid lichaamsvocht, alsmede bloed-en urine-analyses. De onderzoekers vonden geen significante verschillen in de totale hoeveelheid lichaamsvocht of een van de bloedparameters van de hydratiestatus tussen degenen die koffie dronken en die water dronken. Bovendien werden geen verschillen in 24-uurs urinevolume of urineconcentratie waargenomen tussen de twee verschillende groepen (Killer, 2014).

Cafeïnehoudende dranken en vochtinname

In de Verenigde Staten is op initiatief van een groep wetenschappers een Beverage Guidance Panel opgezet dat systematisch onderzoek doet naar literatuur (Popkin, 2006) over dranken en voorlichting biedt aan consumenten. Wat betreft cafeïnehoudende dranken meldt het panel dat cafeïneconsumptie tot 500 mg per dag (gelijk aan zo’n 5 gemiddelde kopjes koffie) niet leidt tot uitdroging.

In een rapportage (Kolasa, 2009) over een conferentie in Noord-Amerika werd geconcludeerd dat het drinken van diverse cafeïnehoudende dranken, zoals koffie, bijdraagt aan een goede vochtbalans in het lichaam. Zwarte koffie bestaat voor meer dan 95% uit water en draagt daarmee bij aan de vochtinname. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft vastgesteld dat er sprake is van een oorzaak- en gevolgrelatie tussen de inname van vocht en het behoud van normale fysieke en cognitieve functies.


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid