Zwangerschap

In een notendop

Er is uit het beschikbare wetenschappelijke onderzoek geen positief verband gebleken tussen cafeïneconsumptie en nadelige zwangerschaps- of perinatale gevolgen. De beschikbare onderzoeken van de laatste tien jaar leveren geen overtuigend bewijs dat gematigde cafeïneconsumptie (maximaal 200 mg per dag vanuit alle bronnen, niet alleen koffie) tot een verhoogd risico op zwangerschapscomplicaties leidt.

Zwangerschap

Een cruciaal aspect bij het vaststellen van de cafeïne-iname is het belang van de meting van cafeïneconsumptie gedurende de eerste periode en het registreren van veranderende innamepatronen gedurende de zwangerschap. Cafeïneconsumptie neemt tijdens de eerste weken van de zwangerschap vaak af. Dit valt samen met de toenemende zwangerschapssymptomen en aversies tegen bepaalde smaken en geuren.

Vruchtbaarheid

Cafeïne en vruchtbaarheid Bij onderzoeken naar de invloed van cafeïne op de vruchtbaarheid zijn uiteenlopende factoren onderzocht, zoals de tijdsduur tot de zwangerschap, onvruchtbaarheid en de kwaliteit van het zaad.

De foetus

Cafeïne en foetale groei Onderzoeken naar cafeïne en vertraging van de foetale groei leveren geen eenduidige resultaten op: 6 van de 17 studies toonden geen effecten op de groei, terwijl 7 studies aanwijzingen vonden voor groeivertraging bij een toenemende cafeïne-inname, echter de rol van verstorende factoren kon hierbij niet vastgesteld worden. Vier studies hielden geen rekening met zwangerschapssignalen. In 7 van de positieve studies bleek de mate van groeiachterstand klinisch insignificant (Peck, 2010, Brent, 2011).

Consumptierichtlijnen

Beperking van cafeïne tijdens zwangerschap - een interventieonderzoek Bij een literatuurstudie (Jahanfar, 2009) is gekeken naar de klinische grondslag voor het beperken van de cafeïne-inname van vrouwen voor het foetale, neonatale en zwangerschapsresultaat. De auteurs kozen, vanwege gebrekkige kwaliteit van de onderzoeken, slechts één studie die voldeed aan de criteria voor gecontroleerd onderzoek: vrouwen die minder dan 20 weken zwanger waren, werden willekeurig toegewezen aan een groep die cafeïnehoudende instantkoffie dronk (568 vrouwen) of een groep die cafeïnevrije instantkoffie dronk (629 vrouwen). Uit het onderzoek bleek dat verlaging van de cafeïne-inname onder regelmatige koffiedrinkers tijdens het tweede en derde trimester met gemiddeld 182 mg/dag (circa 2 gemiddelde kopjes koffie) geen effect had op het geboortegewicht of de zwangerschapsduur.

Meer informatie

Het is een breed gedragen opvatting dat de eventuele effecten van koffieconsumptie op de zwangerschap eerder samenhangen met cafeïne dan met de koffieconsumptie op zich. De meeste gepubliceerde studies richten zich daarom op de effecten van cafeïneconsumptie en niet op de koffieconsumptie.