Consumptierichtlijnen

Beperking van cafeïne tijdens zwangerschap - een interventieonderzoek

Bij een literatuurstudie (Jahanfar, 2009) is gekeken naar de klinische grondslag voor het beperken van de cafeïne-inname van vrouwen voor het foetale, neonatale en zwangerschapsresultaat. De auteurs kozen, vanwege gebrekkige kwaliteit van de onderzoeken, slechts één studie die voldeed aan de criteria voor gecontroleerd onderzoek: vrouwen die minder dan 20 weken zwanger waren, werden willekeurig toegewezen aan een groep die cafeïnehoudende instantkoffie dronk (568 vrouwen) of een groep die cafeïnevrije instantkoffie dronk (629 vrouwen). Uit het onderzoek bleek dat verlaging van de cafeïne-inname onder regelmatige koffiedrinkers tijdens het tweede en derde trimester met gemiddeld 182 mg/dag (circa 2 gemiddelde kopjes koffie) geen effect had op het geboortegewicht of de zwangerschapsduur. Volgens het onderzoek is er onvoldoende bewijs om de effectiviteit van cafeïneonthouding op het geboortegewicht of andere zwangerschapsresultaten te bevestigen of weerleggen, en zijn er hoogwaardige dubbelblinde gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken vereist om te bepalen of cafeïne enig effect heeft op het zwangerschapsresultaat (Jahanfar, 2009).

Officiële aanbevelingen voor cafeïne-inname tijdens zwangerschap

Een studie door Weng et al. uit 2008 (Weng, 2008) heeft tot verwarring geleid omtrent de veilige bovengrens voor cafeïne-inname tijdens de zwangerschap, met als gevolg dat verschillende instanties verschillende adviezen hebben uitgebracht.

Op basis van een onderzoek (CARE study group, 2008) dat rond dezelfde tijd in het Verenigd Koninkrijk plaatsvond, adviseert de Food Standards Agency voor zwangere vrouwen een bovengrens van 200 mg cafeïne* per dag vanuit alle bronnen. Dit komt overeen met het advies van de Amerikaanse organisatie March of Dimes.

De Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) heeft in 2015 een wetenschappelijk rapport uitgebracht (EFSA, 2015) waarin  zwangere vrouwen wordt geadviseerd om de cafeïne-inname te beperken tot 200 mg per dag.

De American Dietetic Association adviseert in zijn Position Paper uit 2008 echter om de eerder breed gedragen bovengrens van 300 mg per dag te handhaven. Dit komt op zijn beurt overeen met het advies van het EU Scientific Commite on Food (SCF), waarin wordt vastgesteld dat “uit de meeste epidemiologische onderzoeksresultaten blijkt dat een cafeïne-inname tot 300 mg per dag uit alle bronnen niet tot problemen leidt, maar de vraag over  mogelijke gevolgen voor de zwangerschap en nakomelingen bij regelmatige inname van meer dan 300 mg per dag is nog onbeantwoord”.

Daarnaast concludeerde een meta-analyse uit 2014 dat er onvoldoende bewijs is om het advies voor een maximum cafeïne-inname verder te verlagen en dat het handhaven van de huidige beperkende aanbeveling verstandig is.


Deze informatie is bedoeld voor gezondheidsprofessionals. © 2015, Kenniscentrum Koffie en Gezondheid