Vraag & Antwoord: Cafeïne

Heeft cafeïne effect op het ontstaan van osteoporose?

Osteoporose is een chronische aandoening waarbij meerdere factoren een rol spelen. Tot de risicofactoren voor osteoporose behoren leeftijd en genetische factoren, roken, alcohol, de mate van lichaamsbeweging en de calciuminname.

Hoewel er enkele aanwijzingen zijn dat cafeïne-inname kan worden geassocieerd met een verhoogd risico op botbreuken, is dit alleen waargenomen bij vrouwen die onvoldoende calcium innemen in hun voeding.

Twee wetenschappelijke artikelen trokken verschillende conclusies. Het ene artikel gaf aan dat de resultaten niet eenduidig zijn en dat er geen overtuigende conclusies kunnen worden getrokken, terwijl de andere suggereert dat, hoewel een hogere koffieconsumptie kan worden geassocieerd met een lichte afname van de botmineraaldichtheid (Hallström, 2013), er geen bewijs is van een verhoogd risico op osteoporose of botfracturen veroorzaakt door osteoporose. Er is duidelijk meer onderzoek nodig om de rol van cafeïne en koffie bi de botdichtheid en osteoporose te bevestigen.

Hoeveel cafeïne zit er in voeding en dranken?

Een standaard kop zwarte koffie bevat ca. 85 mg cafeïne. De hoeveelheid cafeïne is afhankelijk van de zetsterkte, de methode waarop de koffie gezet wordt, de portiegrootte en ook de soort koffieboon. Een kop thee varieert tussen 20 en 45 mg cafeïne, een standaard blikje cola bevat tussen de 30- 48 mg. Cafeïne en 30 gram pure chocolade bevat tussen de 20–120 mg.

Ik ben zwanger. Moet ik dan mijn cafeïne-inname beperken?

Zwangere vrouwen wordt geadviseerd hun cafeïne-inname te beperken tot 200 mg cafeïne per dag uit alle bronnen. Een gemiddeld kopje koffie bevat circa 85 mg cafeïne, afhankelijk van koffietype en zetsterkte.

Is cafeïne vochtafdrijvend?

Hoewel cafeïne een licht, kortdurend diuretisch effect kan hebben, wat zich uit in een snellere maar niet in een grotere vochtafscheiding, doet dit zich vooral voor bij mensen die niet regelmatig koffiedrinken. Het valt bovendien in het niet bij de positieve bijdrage van koffie aan de vochtbalans.

Is er een verband tussen koffiedrinken en hart- en vaataandoeningen?

Onderzoek toont aan dat koffiedrinken geen verband houdt met het ontstaan van hart- en vaatproblemen, waaronder een verhoogd cholesterolgehalte of een verhoogd homocysteïneniveau.

Kan cafeïne de bloeddruk verhogen?

Cafeïne heeft een licht, kortdurend bloeddrukverhogend effect. Bij gematigde consumptie is het vergelijkbaar met de kortdurende verhoging bijvoorbeeld bij het voeren van een gesprek of traplopen. Regelmatig koffiedrinken wordt doorgaans niet beschouwd als grote risicofactor voor een verhoogde bloeddruk.

Kan cafeïne slaapproblemen veroorzaken?

Cafeïne kan bij sommige volwassenen het slaappatroon beïnvloeden zoals bijvoorbeeld het moeilijker in slaap komen of een kortere slaaptijd. Deze effecten van cafeïne op de slaap zijn minder bij mensen die gewend zijn om regelmatig koffie te drinken in vergelijking met mensen die af en toe koffie drinken.

Kan het stimulerende effect van cafeïne gunstig zijn als je wakker wil blijven?

Ja, het stimulerende effect van cafeïne kan voordelen hebben in situaties die vragen om een verhoogde alertheid, vooral wanneer de zogenaamde arousal (prikkeling, opwinding) laag is, zoals bij nachtdiensten, lange autoritten en jetlags.

Klopt het dat mensen afhankelijk kunnen worden van cafeïne?

Met behulp van 'brain mapping' is aangetoond dat cafeïne geen invloed heeft op hersencircuits en hersenstructuren die te maken hebben met verslaving. Dit wordt ondersteund door het gegeven dat individuen geen tolerantie ontwikkelen tegen de stimulerende effecten van cafeine. Ook de American Psychiatric Association erkent dat cafeine geen verslavende stof is.

Speelt cafeïne een rol bij fysieke inspanning?

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft een oorzakelijk verband erkend tussen de inname van cafeïne en verhoogde duurprestaties, duurcapaciteit en een verminderde waargenomen inspanning (EFSA, 2011). Over de effecten van cafeïne op kortdurende intensieve lichaamsbeweging zijn de resultaten niet eenduidig.

Waar zit cafeïne in?

Cafeïne is een stof die van nature voorkomt in zo'n zestig plantensoorten waarvan cacaobonen, kolanoten, theebladeren en koffiebonen de bekendste zijn. Het komt dus van nature voor in producten zoals koffie, thee en chocolade. Cafeïne wordt aan veel populaire koolzuurhoudende dranken toegevoegd, zoals cola en energiedranken. Daarnaast wordt cafeïne ook toegepast in sommige geneesmiddelen zoals pijnstillers. (Illy, 1995)(Harland, 2000)(Heckman, 2010)

Wat gebeurt er als ik meer koffie ga drinken?

De meeste mensen consumeren de hoeveelheid cafeïne waarbij ze zich comfortabel voelen. Bij sommige mensen, die meer koffie drinken dan ze gewend zijn, kan dat leiden tot hyperactiviteit of slaapstoornissen. Deze effecten zijn meestal van korte duur wanneer de persoon teruggaat naar zijn of haar normale consumptiepatroon. Het is bekend dat deze effecten bij sommige mensen sterker aanwezig zijn dan bij andere. Een gematigde cafeïne-inname veroorzaakt bij de meeste mensen geen problemen.

Wat gebeurt er als ik plotseling stop met de consumptie van cafeïne?

n 2013 heeft de American Psychiatric Association een nieuwe editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, de DSM-V, gepubliceerd. In de handleiding wordt het verschijnsel 'cafeine-ontwenning' vermeld. Ontwenning van cafeïne wordt gedefinieerd als een symptoom, na langdurige dagelijkse consumptie, als gevolg van abrupt stoppen of verminderen van cafeïne.

Eerder onderzoek toont, in lijn met de DSM-V, ook aan dat slechts een deel van de bevolking die cafeïne consumeert aan ontwenningsverschijnselen (hoofdpijn, verminderde alertheid, en slaperigheid) lijdt na abrupt stoppen. De symptomen beginnen dan meestal ongeveer 12-24 uur na stopzetting en bereikt een piek na 20-48 uur. Belangrijk te vermelden is dat deze symptomen geheel kunnen worden vermeden als de cafeïneconsumptie geleidelijk wordt afgebouwd.

Wat is het belangrijkste effect van cafeïne op het lichaam?

De belangrijkste werking van cafeïne is dat het een licht stimulerend effect op het centraal zenuwstelsel heeft. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) concludeerde dat 75 mg cafeïne, de inhoud van een gemiddelde kop koffie, zowel de alertheid verhoogt (focus op de relevante stimulus) als de aandacht verbetert (het vasthouden van de gerichte aandacht gedurende een langere periode van tijd) (EFSA, 2011). Een hogere cafeïne-inname, bijvoorbeeld meer dan één of twee koppen koffie, leidt niet noodzakelijk tot extra stijging van alertheid of mentale prestaties.

Wat zorgt voor het gunstige effect bij neurodegeneratieve aandoeningen zoals Parkinson en Alzheimer??

Met betrekking tot de ziekte van Alzheimer laten studies zien dat het waarschijnlijk de cafeïne is die hierin een belangrijke rol speelt, maar verder onderzoek is nog nodig om het mechanisme volledig te begrijpen. Bij de ziekte van Parkinson denkt men nu dat cafeïne hoofdzakelijk een rol speelt door het blokkeren van adenosine A2A-recceptoren in de hersenen. Echter, ook van andere koffiecomponenten zijn effecten op de hersenen geïdentificeerd.

Welke rol speelt cafeïne bij neurodegeneratieve aandoeningen?

Verschillende epidemiologische studies suggereren dat regelmatige, langdurige en gematigde consumptie van cafeïnehoudende koffie mogelijk de fysiologische, leeftijdsgerelateerde cognitieve achteruitgang vertraagt, vooral bij vrouwen en met name boven de tachtig.

In aanvulling hierop laat onderzoek zien dat er een beschermend verband bestaat tussen levenslange consumptie van koffie en het risico op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer. Echter, verdere grootschalige studies zijn nodig om definitieve conclusies te kunnen trekken. Epidemiologische studies laten ook zien dat cafeïne de ontwikkeling van de ziekte van Parkinson vertraagt of vermindert.

Zijn er richtlijnen voor cafeïne-inname voor de algemene bevolking?

De EFSA, de Europese Voedselveiligheidsautoriteit, concludeert dat consumptie van cafeïne tot 200 mg in één consumptiemoment en een dagelijkse inname tot 400 mg géén risico's voor de gezondheid van volwassenen in Europa met zich meebrengen.